|
Met een Besluit van 9 juli 2010 versoepelt de Vlaamse regering de aanwervingsregels na de individuele beroepsopleiding. Vooralsnog geldt deze versoepeling enkel voor IBO-overeenkomsten die gesloten worden tussen 11 augustus en 31 december 2010.
De vroegere regeling voorzag dat de werkgever na afloop van de IBO-overeenkomst verplicht was om met de stagiair een arbeidsovereenkomst af te sluiten voor onbepaalde duur waarin dan dezelfde voorwaarden werden hernomen die in de onderneming van toepassing zijn voor het beroep dat voorwerp heeft uitgemaakt van de "individuele beroepsopleiding-overeenkomst". Pas ten vroegste na verloop van een periode die overeenstemt met de duur van de beroepsopleiding, kon de werkgever een einde maken aan de arbeidsovereenkomst tenzij er sprake zou zijn van een dringende reden tot ontslag.
Nieuw is dat nu na afloop van de opleiding de leerling in dienst kan genomen worden met een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur van 1 jaar.
De VDAB blijft uiteraard zijn rol spelen van intermediant tussen enerzijds de onderneming of VZW die een leerling zoekt en anderzijds de werkzoekende. De basis van de IBO-regeling blijft het opleiden van werkzoekenden voor een vacature die niet ingevuld raakt. De VDAB blijft zijn beslissende rol spelen wat de toekenning, de duur, de beëindiging of de voortzetting van de opleiding betreft. De duur van de opleiding bedraagt minimum 4 weken en maximum 26 weken of in geval van een langdurig uitkeringsgerechtigde of laaggeschoolde maximum 52 weken.
Wil de werkgever na afloop van de opleiding een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur van 1 jaar afsluiten dan dient hij deze keuze te motiveren. Wordt na afloop van de termijn van 1 jaar de tewerkstelling verlengd, dan komt een contract van onbepaalde duur zonder proefperiode tot stand.
|